Naar een Cultuur van Vrede en GeweldloosheidImpressie PAIS/HVB-congres van 20 mei 2000 |
2000 nr. 3
hoofdmenu
inhoudsopgavearchiefover 'tKAuw reactie |
|
Op zaterdag 20 mei kwamen zo'n 60 geïnteresseerden bij elkaar in De Kargadoor te Utrecht om
zich te bezinnen over de invulling van het door de Verenigde Naties uitgeroepen 'Internationaal
Decennium voor een Cultuur van Vrede en Geweldloosheid voor de Kinderen van de Wereld'.
De dag werd geopend door dagvoorzitter Els Hubert, voorzitter van de werkgroep
Vredesvraagstukken van PAIS/HVB.
De eerste inleider was prof. dr. Lennart J.A. Vriens uit Utrecht over elementen in onze cultuur
die bijdragen of afdoen aan het ontstaan van geweld. Voor een opbouw van een cultuur naar Vrede moeten we beter onderkennen welke factoren we
zichtbaar kunnen maken, moeten we onderwijzen om op een creatieve manier om te gaan met
geweld, leren samenleven. We moeten dit tot een uitdaging maken voor de jeugd.
De tweede inleider was de prof. Jos N.J. Decorte uit Leuven over een mogelijke cultuuromslag
naar vrede. In de lunchpauze kon je een kaartje pakken van één van de zeven workshop naar wens, waren de kaartjes op dan was de groep vol. Een handig en goed systeem. Men kon kiezen uit:
Hierna gingen we uiteen in de diverse workshops.
Ik (Bernadette) koos voor nummer 1. Met zijn twaalven bogen wij ons over het schema met de elementen die vreedzaam samenleven bevorderen (liefde, begrip, respect) en de elementen die geweld bevorderen (frustratie, heerszucht, angst, prestatiedwang). Sport, en met name voetbal, is geschikt om (agressieve) energie kwijt te raken, leren te verliezen, de teamgeest te versterken en je grenzen en beperkingen leren te verkennen en accepteren, maar het bevordert ook de rivaliteit. De sportieve codes worden o.a. via de media verschoven door bepaalde overtredingen als functioneel te bestempelen, door de commercie waardoor een menselijke koehandel is ontstaan en het gebruik van verboden middelen. Kinderen identificeren zich graag met iemand, hun idool, vaak een sportheld. Het is daarom heel belangrijk dat dat idool zich schaart acher de Fairplaygedachte. Ook vinden wij dat er op school expliciet les gegeven moet worden over geweldloos hanteren
van conflicten.
Ik (Kees) ging naar workshop nr. 2. We hadden het vooral over de ongelijkheid tussen rijke en
arme landen. Bij gewapende conflicten zie je dan dat de rijke landen hun toevlucht nemen tot
specialistische wapens zodat ze schade kunnen aanrichten bij de 'vijand' zonder de eigen
soldaten in gevaar te brengen, terwijl de arme landen noodgedwongen hun toevlucht zoeken in
zelfmoordacties of terroristische aanslagen. De omgekomen soldaten zijn dan geen slachtoffers
maar helden. We constateerden ook dat jongeren wel degelijk actief zijn maar vaak op andere
terreinen. We vonden ook dat er meer gebruik gemaakt moest worden van de zogenaamde
'nieuwe media' (internet etc.) om elkaar snel te kunnen informeren over belangrijke zaken of
gebeurtenissen.
Al met al was het een nuttige bijeenkomst.
Bernadette Pilanen & Kees de Boer
|
|
|
hoofdmenu inhoudsopgave archief Updated: 11 juni 2000 |