Onvermoeibaar propagandist van geweldloosheid als levenswijze
Zo langzamerhand begin ik er van overtuigd te raken dat werken
aan vrede de vitaliteit bevordert. Het koesteren van idealen
houdt kennelijk jong. Vorig jaar viel mij dat al op bij het
interview met de 90-jarige Henk de Groot en dat werd onlangs
weer bevestigd door het gesprek met de 76-jarige Evert
Huisman. Met een ontembare wilskracht en daarnaast begiftigd
met een gezonde dosis humor, blijven zij hun steentje
bijdragen aan een betere, een meer rechtvaardige en
vredelievende wereld.
Wat dat betreft is Evert Huisman er van overtuigd dat geweld
niets oplost. Integendeel! De strijd tegen onrecht,
onderdrukking, vervuiling en vernieling is alleen effectief te
voeren via de weg van de geweldloosheid.
Van die overtuiging spreekt zijn werkkamer boekdelen. Boven zijn bureau een poster van 'Peace Brigades International'. Daarboven een grote foto van de geweldloze strijder voor de Amerikaanse burgerrechten, Martin Luther King. In zijn boekenkast is verder een plank geheel gevuld met boeken van en over Mahatma Gandhi. Voor Huisman de figuur die in praktijk bracht wat Jezus voorstond. Een lichtend voorbeeld, die aantoonde dat actieve geweldloosheid niet slechts individueel, maar ook collectief en op grote schaal kan worden toegepast. De overtuiging die Huisman ook koestert, zoals o.a. spreekt uit het boek van zijn hand, 'Van Geweld Bevrijd', dat in 1987 is uitgekomen.
Het gevoel voor rechtvaardigheid heeft hij ongetwijfeld van huis uit meegekregen. De behoefte om dat in een geweldloze vorm te gieten echter niet. Zijn vader was namelijk politieagent en had dan ook het liefst gezien dat zijn zoon zijn rechtvaardigheidsgevoelens via de KMA had verzilverd. Het liep echter anders. Hij koos voor een studie sociale geografie en was werkzaam als adjunct-directeur bij de Provinciale Planologische Dienst van Overijssel in Zwolle. Zijn loopbaan in de vredesbeweging liep daar min of meer parallel mee. In de jaren vijftig heeft hij namelijk enige tijd op de planologische dienst in Haarlem gewerkt. Daar woonde hij enkele maanden op kamers bij een verpleegster die 'Militia Christi' (later 'Kerk en Vrede') las. Daardoor werd hij zich bewust van zijn ontvankelijkheid voor de problematiek van oorlog en vrede. Met het omzetten van die ontvankelijkheid in daden, dus met de praktische vertaling van het vredesvraagstuk, heeft hij zich sindsdien op een niet aflatende wijze bezig gehouden.
Wat dat betreft is de naam van Evert Huisman onlosmakelijk verbonden met de Stichting voor Aktieve Geweldloosheid, waarvan de wortels liggen in de beginjaren zestig. Sterker, voor mij is Evert Huisman de SVAG, zonder dat ik daarbij Wim Robben en de zijnen tekort wil doen. Behalve de pet van de SVAG, heeft Huisman ook nog de pet van Peace Brigades International Nederland op. Het terrein van de daaraan gekoppelde burgervredesteams heeft hij echter overgelaten aan de stichting die daarvoor in '96 is opgericht (BVTN), in het kader van 'An Agenda for Peace'. Hij zit nog wel in het bestuur van de Stichting Burger Vredesteams Nederland.
Een terugblik op de afgelopen veertig jaar maakt duidelijk dat het in de beginperiode vooral tegen de stroom in roeien was. Het woord geweldloosheid kwam nog niet in de woordenboeken voor en in de Koude Oorlog periode was er slechts oog voor de strategie van gewelddadige afschrikking. Zo was het groepje 'geweldloos actieven' voornamelijk op zichzelf aangewezen en kon de stichting niet anders doen dan blijven experimenteren met training en voorlichting en het verzorgen van publicaties via het blad 'Geweldloos Aktief'. Toch is Huisman er van overtuigd dat de geweldloze aanpak, na jaren van ploeteren, onbegrip en misverstanden, maar gelukkig ook hier en daar waardering, een goede toekomst tegemoet gaat. Zo langzamerhand namelijk begint er in de samenleving meer begrip te komen voor de visie dat 'als geweld iets goeds tot stand lijkt te brengen, dan is dat goede slechts tijdelijk en wordt het al spoedig door het kwade dat tegelijkertijd meekomt, overstemd'. Het optimisme van Huisman wordt met name ingegeven door de ontwikkelingen binnen de Verenigde Naties, waarin de Algemene Vergadering - op dringend verzoek van alle Nobelprijswinnaars voor de Vrede - de periode 2001-2010 heeft uitgeroepen tot de 'Internationale Decade voor een Cultuur van Vrede en Geweldloosheid voor de Kinderen van de Wereld". Alle lidstaten worden uitgenodigd de nodige stappen te nemen om te waarborgen dat het in praktijk brengen van vrede en geweldloosheid geleerd wordt op alle niveau's van de samenleving. In feite komt deze uitnodiging neer op de omvorming van onze cultuur van oorlog en geweld in een cultuur van vrede en geweldloosheid. Wie had dit veertig jaar geleden kunnen voorspellen?
Het meehelpen aan de realisatie daarvan is uiteraard een kolfje naar de hand van Evert Huisman. Daarbij is het voor hem zonneklaar dat we koste wat het kost een waterig compromis moeten zien te voorkomen. Want elke poging om beide culturen met elkaar te vermengen is tot mislukken gedoemd. Voor het betrachten van de nodige zuiverheid hebben op initiatief van Huisman dan ook tien vredesorganisaties - die zich stuk voor stuk op het geweldloos standpunt stellen - de koppen bij elkaar gestoken en het Nederlands Platform voor een "Internationaal Decennium voor een Cultuur van Vrede en Geweldloosheid" opgericht. Bedoeling is dat een hecht werkverband ontstaat dat met concrete plannen komt waarmee het beleid aan de slag kan. Langzaam maar zeker zal daardoor een infrastructuur van een cultuur voor vrede en geweldoosheid ontstaat, zoals er nu een infrastructuur bestaat voor de cultuur van oorlog en geweld. Zonder de creatie van een adequate geweldloze infrastructuur blijf je namelijk bezig met uitzichtloze symptoombestrijding. De gestage groei van de geweldloze infrastructuur, zal - als een zuurdesem - op een goede dag de noodzakelijke 'cultuuromslag' teweegbrengen op geweldloze wijze.
Wat de financiering van één en ander betreft denkt Huisman aan
de oprichting van een 'Nationale Commissie voor een Cultuur
van Vrede en Geweldloosheid' waaruit de projecten van het
Platform worden gefinancierd. Het NCDO kan daarvoor als
voorbeeld dienen, waarbij het Huisman van het hart moet dat
volgens hem duurzame vrede de voorwaarde is voor duurzame
ontwikkeling. Uiteraard is over één en ander al contact
geweest met de politiek en die blijkt er niet onwelwillend
tegenover te staan. Dat mag bijvoorbeeld blijken uit het
voorstel van Ab Harrewijn (GroenLinks), die tijdens de
begroting van de defensienota in de kamercommissie het
voorstel deed om een speciaal vredesfonds in het leven te
roepen. Hij denkt daarbij aan 5 miljoen per jaar, waarvan
bijvoorbeeld het plan voor een post-HBO opleiding
vredeswerkers kan worden bekostigd, waarover in het
beleidsplan van het platform wordt geschreven. Uiteraard
beseft Huisman dat voor de realisatie van één en ander nog een
lange weg te gaan is, maar daarvoor bezit hij gelukkig de
juiste instelling. Deze wist Miep Peeters-Metselaar zo
treffend te verwoorden in 't Kan Anders van oktober/november
'95, te weten: "Vrede is de kunst van de volharding en de moed
om er vol vertrouwen aan te blijven werken, ook als de
resultaten niet dadelijk zichtbaar zijn. Wie zich voor vrede
inspant, helpt de weg naar de toekomst effenen en durft het
aan pas morgen gelijk te krijgen".
Wouter ter Heide
Naar: Inhoudsopgave archief of Inhoudsopgave 't Kan Anders
Last Updated 9 april 2000