Lijden en sterven in een Grote Oorlog
Een imposant werk. Dat is het eerste wat in me opkomt als ik een poosje aan
het lezen ben in dit boek van Leo van Bergen. Hij voert als ondertitel "Lijden
en sterven in een Grote Oorlog", daarmee doelend op de Eerste Wereldoorlog
van l914-1918.
Het heeft er alle schijn van dat Leo van Bergen geen enkel facet en geen onnodig lijkend detail heeft willen overslaan. Het is een complete gruwelgeschiedenis over hoe en waar de menselijke beschaving teloor ging, knap geschreven en zeer uitvoerig gedocumenteerd. De vijf hoofdstukken, voorzien van een voor- en een nawoord, zou ik bijna een spannend verhaal willen noemen, als het niet zo smartelijk was.
Ieder van ons weet inmiddels door boeken, films, documentaires iets af van de
beruchte loopgravenoorlog, Verdun, Ieper, de Ijzer. Maar door dit indrukwekkende
relaas begon ik te merken dat het niet te bevatten is, het is te aangrijpend om aan
een stuk door te lezen, dat lukte me niet. Tegelijk is dat wellicht ook het manco, op
zeker moment zeggen de getallen je niets meer, je raakt verdoofd. Van Bergen
eindigt zijn voorwoord met: "Ik weet dan ook bij voorbaat er niet in te zijn geslaagd
zelfs maar een deel van de verschrikkingen echt te laten zien".
Het eerste hoofdstuk "Strijd" maakt de verschillen duidelijk met de voorafgaande oorlogen, de uitbreiding van de wapentoevoer, de grootte van de slagvelden.
Na de moord op aartshertog Franz Ferdinand door de Servische nationalist Gavrilo Princip in Serajevo ontketent zich een - je zou bijna zeggen: "letterlijk waanzinnig" - enthousiasme om ten strijde te trekken ten faveure van het vaderland, met name in Frankrijk en Engeland , de waarschuwende woorden van o.a. Karl Liebknecht en Stephan Zweig ten spijt. Het doet enigszins denken aan een alcoholist of een drugsverslaafde als Van Bergen over de Duitse schrijver/pacifist Carl Zuckmayer schrijft: "... en met iedere kilometer die hij verder en verder het land introk, voltrok zich de snelle, radicale verandering van pacifist in iemand die de oorlog toejuichte. Een verandering die hijzelf vergeleek met een elektrische stroom die alle vraagtekens en afkeer verdreef en hem in een trance bracht die zijn gehele denken en handelen volledig ging bepalen. Hij wilde nog maar een ding: meedoen, erbij zijn."
De slag om het Vlaamse Ieper van 22 oktober tot 22 november eiste een gigantisch aantal slachtoffers, niet alleen door de oorlogshandelingen maar vooral ook door ziekte en vermoeidheid.
Het is ongelooflijk zo slecht als de militairen gekleed waren, hoe ze met drie uren
slaap dagenlang voort moesten, doornat en hongerig.
Een citaat:
"William Bumford bijvoorbeeld was in werkelijkheid pas vijftien jaar oud. Hij raakte
steeds weer in moeilijkheden omdat hij tijdens de wacht in slaap viel, een vergrijp
waar de doodstraf op stond, maar hij kon het ook niet helpen. Ik heb hem wel eens
plotsklaps staand in slaap zien vallen terwijl hij een zandzak openhield die een ander
aan het vullen was."
Tachtig procent van de slachtoffers tijdens de Eerste Wereldoorlog was onder de dertig jaar.
Een citaat uit het hoofdstuk "Strijd":
"De slag bij Ieper was de laatste grote slag van het eerste oorlogsjaar. Voor de
Britten was het een catastrofale tijd geweest, maar voor de Fransen en de Duitsers
waren de eerste vijf maanden van de oorlog nog veel catastrofaler geweest. Zij
hadden meer verliezen geleden dan in welk van de nog komende jaren ook,
ondanks Verdun, ondanks de Somme, ondanks het Duitse voorjaarsoffensief van
1918. Duitsland verloor ongeveer 750.000 man. Frankrijk verloor alleen al aan
gesneuvelden om en nabij 300.000 man, ofwel 50.000 meer dan het totale
dodencijfer van de Britten tijdens de gehele Tweede Wereldoorlog; 45.000 van hen
waren nog geen twintig jaar oud en meer dan 90.000 tussen de twintig en
vijfentwintig. Nog eens 600.000 Fransen waren gewond, gevangen of vermist. En dit
is een voorzichtige schatting. Niet de minste commentatoren geven cijfers die
beduidend hoger liggen."
Indrukwekkend is het hoofdstuk over de dood. Niet alleen de "gewone"
oorlogshandelingen leidden naar de meest gruwelijke levensbeëindiging, er waren
ook de ongelukken, het lot van de krijgsgevangenen, de dood door eigen vuur, de
executies. In de inleiding tot dit gedeelte stelt Van Bergen:
"De technologie had de menselijke wil en moed overwonnen. De dood werd niet
toegebracht door een fysiek en mentaal sterkere tegenstander. De dood was niet
dichtbij, maar veraf. De dood was niet in de ogen te zien, hij was een grote
onbekende ver achter de horizon. Er kon nauwelijks meer voor de dood worden
gekozen, hij werd je aangedaan. De dood was onpersoonlijk geworden en de dood
was afzichtelijk geworden. Ongeveer vijftig procent van de doden was onherkenbaar
verminkt."
De dood vormde het voornaamste kenmerk van het front. Een citaat van iemand , kort voor zijn eigen dood:
"Dood! Dat woord dreunt door als de echo in de grotten bij de zee, het weerkaatst
allerwegen in de donkere ongeziene diepten. In de periode tussen deze oorlog en
de vorige gingen we niet dood: we ontsliepen. Zacht en kalm, beschut in een kamer,
in een warm bed. Nu gaan we dood. Onze dood is nat, modderig, druipend van
bloed, door verdrinking, doordat we ondergezogen worden, wij gaan dood in een
slachthuis."
De verleiding om vaak te citeren ligt bij mij voor de hand, want de auteur zelf doet het veelvuldig en terecht. Vanzelfsprekend laat hij de militairen zelf het meest aan het woord, waarbij hij steeds de naam vermeldt. Dat is een mooi trekje, ze mogen niet vergeten worden. Maar ook van de verpleegkundigen, artsen, journalisten en schrijvers komen we veel te weten. Het is mij een raadsel hoe iemand, die al enige indrukwekkende historische werken over het onderwerp Oorlog en Vrede schreef in 1991, 1994 (proefschrift) en 1998, nu alweer in 1999 zo'n veelomvattende verhandeling doet verschijnen. Maar liefst 37 pagina's documentatie, gevolgd door een uitgebreid register, noodt tot verder vorsen. Een must, dit Zacht en Eervol, voor historici die de twintigste eeuw willen exploreren. Maar omdat dit boek bepaald geen "moeilijk" wetenschappelijk betoog is, kan ieder er, zij het een wrang, genoegen aan beleven.
De acht pagina's tekeningen, foto's en schilderij-reproducties van Otto Dix, Ernst
Friedrich, Georg Grosz en Kathe Kollwitz hadden best wat uitgebreider mogen zijn.
Maar ik heb begrepen dat dit het boek weer duurder zou maken.
Het nawoord beschrijft in het kort de naoorlogse onoplosbare pensioensproblemen in de diverse landen (630.000 jonge Franse weduwen en een miljoen Franse kinderen zonder vader), de begraafplaatsen (in Frankrijk 1665, in België 385).
Er was een groep nabestaanden, die nooit geweten heeft dat hun geliefden niet,
zoals ze was meegedeeld, overleden waren, maar verbleven in een afgelegen oord
in Wenen en verzorgd werden, heel in het geheim, door ongeveer 25 verpleegsters
en een zestal doktoren. Ze waren verlamd en/of blind, doof en stom,
weerzinwekkend om naar te kijken. Citaat: "Niemand weet en niemand zal ooit
weten, wat zij denken, indien zij althans nog in staat zijn te denken, en welke
folteringen zij doorstaan. Want geen klacht ontsnapt ooit aan hun lippen."
Het boek eindigt met een hommage aan Käthe Kollwitz (1867-1945), de
schilderes en beeldhouwster, die in Duitsland met een groep links-intellectuelen haar protest liet horen; haar zoon Peter was aan het begin van
de oorlog gesneuveld. Als een antwoord op de heroische standbeelden,
"altaren des vaderlands" schiep zij voor het graf van haar zoon een rouwende
vader- en moederfiguur, niks glorie niks jubeldood. Een latere tekening, in dit
boek afgedrukt, was getiteld "Saatfrüchte sollen nicht Vermahlen werden". En
Van Bergen eindigt met: "Haar tekening was een schreeuw tegen beter weten
in. Het nieuwe grote "Vermahlen" was toen alweer enkele jaren bezig, en
wederom zou een Peter Kollwitz, ditmaal de kleinzoon, sneuvelen."
Miep Schreijers
Zacht en Eervol. Lijden en Sterven in een Grote Oorlog.
Leo van Bergen.
Sdu Uitgevers, Den Haag.
Standaard Uitgeverij, Antwerpen.
Naar: Inhoudsopgave archief of Inhoudsopgave 't Kan Anders
Last Updated 17 januari 2000