Clemens Raming is auteur van het in december 2000 bij AMOK-Nijmegen verschenen boekje 'Het duivelspact van de vredessoldaat' *. 't Kan Anders-redacteur Koos de Beus besprak het boekje in het mei-nummer van dit blad; hij deed dat in de vorm van een 'open brief' aan Clemens. Deze reageert op zijn beurt in een hierbij afgedrukte brief.
Beste Koos,
Graag zou ik blij zijn met jouw welgezinde en serieuze reactie op 'Het duivelspact van de vredessoldaat'. Maar tot mijn spijt lukt dat niet. Ik ben teleurgesteld omdat je over jezelf als pacifist en mij als antimilitarist schrijft zonder in te gaan op het gemeenschappelijk probleem van alle vredesgezinde mensen dat ik in mijn geschrift bespreek. Dat probleem heeft de aard van een dilemma. Als je je tegen iedere vorm van militaire actie keert, kom je op een idealistisch eiland terecht; maar als je ruimte wilt geven aan de rol van oorlogsgeweld, raak je schatplichtig aan de machtspolitieke instelling waarmee dat geweld gehanteerd wordt.
Buitenspel óf in Bush' zak
Toegepast op de huidige situatie: als je de VS geen enkele vorm van geweld tegen terroristische organisaties wilt toestaan, sta je in de politieke wereld buitenspel; en als je met militaire actie van hun kant akkoord gaat kun je wel om bezonnenheid roepen, maar intussen heeft Bush jouw steun al in zijn zak gestoken. De vraag waar het dilemma zijn kracht vandaan haalt, brengt mij bij het tweede hoofdthema: de rol van volgzaamheid binnen de westelijke militaire politiek.
In de NAVO zien we een machtselite aan het werk die over een overmaat aan militaire middelen beschikt, met inbegrip van de atoombom, en haar handen vrijhoudt voor het inzetten daarvan. De criteria voor militair ingrijpen worden vaag gehouden, het gebied dat voor militair optreden in aanmerking komt blijft onafgebakend, men bindt zich niet aan het juridisch kader van de VN. Wanneer je dat een wantoestand vindt en je zorgen maakt over de gevolgen, ervaar je dat er geen politieke discussie bestaat waarin je met dit inzicht terecht kunt. De Nederlandse politieke elite munt uit in bondgenootschappelijke loyaliteit. Het is voor haar een uitgemaakte zaak, dat de NAVO optimaal moet zijn toegerust voor het verdedigen van de internationale rechtsorde, de mensenrechten en onze vitale economische belangen. Op haar beurt disciplineert de elite de lagere partijgoden, journalisten en adviseurs.
Volgzaam
In de oorlog tegen het terrorisme is het van hetzelfde laken een pak. Amerika eist het leiderschap op en de bondgenoten haasten zich hun volgzaamheid te betuigen. Het volk heeft geen behoefte zich te roeren: we leven nu eenmaal in een onveilige wereld waarin het recht van de sterkste geldt; laat Nederland zijn plaats weten. Op dit punt wil ik de verhouding tussen oordeel en politieke stellingname aan de orde stellen. Als je het westelijke veiligheidsbeleid fundamenteel verkeerd vindt, moet je dan voor een afwijzende politieke stellingname tegen dat beleid kiezen? Voor radicale pacifisten en antimilitaristen spreekt dit vanzelf. Helaas kan deze automatische koppeling contraproductief werken. Wanneer mijn stellingname een ander afschrikt, zullen mijn argumenten, al zijn ze nog zo goed, zijn weerstand niet wegnemen. In plaats daarvan zal deze weerstand ervoor zorgen dat mijn argumenten niet goed tot hem doordringen. Het anti-oorlogsbetoog eindigt in preken voor eigen parochie.
Ik bedoel niet dat stellingnemen verkeerd is. Ik keer me tegen het automatische koppelen van het beoordelen van situaties aan stellingnames. Dit weerspiegelt m.i. een te rechtlijnige opvatting van politiek als strijd om de knikkers. Deze in onze politieke cultuur ingebakken versimpeling leidt ertoe dat er in de politieke meningsvorming steeds naar een bepaalde inzet in die strijd wordt toegeredeneerd. In het aanpassingsdenken werkt de koppeling in omgekeerde richting: als je met een afwijzing van het bestaande beleid toch geen voet aan de grond krijgt, moet je het hebben van wat er van de beleidsmakers gedaan valt te krijgen. Kritiek op de uitgangspunten van deze mensen kun je dan beter voor je houden.
Aanval op non-discussie
Tot slot de hamvraag. Wat kan het loslaten van de koppeling tussen oordeel en stellingname opleveren? Alleen maar kritiek en bezorgdheid uiten is niet geschikt om mensen in beweging te brengen. De beoordeling (Hoe denk je erover?) moet worden doorverbonden naar het toneel van de politieke strijd (Wat wil je?). Mijn optie hieromtrent is het inzetten van een aanval op de heersende non-discussie over de beginselen waardoor de westelijke militaire politiek gedragen wordt. Deze beschikt uiteraard over middelen om zich ongewenste discussies van het lijf te houden, maar dat is geen reden om het haar op dit punt gemakkelijk te maken.
Een aanzet in de aangegeven richting vind je in mijn brief in 'Het duivelspact' aan de GroenLinkse kamerleden. Geen van de elf heeft daarop gereageerd. Van verschillende vooraanstaande GroenLinksers heb ik gehoord dat zij deze zwijgzaamheid een slechte zaak vinden. Maar in plaats dat ze de kamerleden aan hun jasje trekken, vatten ze de non-reactie op als een bevestiging van de onmogelijkheid om het bestaande veiligheidsbestel in Den Haag ter discussie te stellen. Jij zou hier fatalistisch op kunnen reageren met: zo werkt nu eenmaal de partij-discipline. Maar dan zeg ik: zo komen we niet verder.
De op 11 september in gang gezette ontwikkelingen bieden ruimschoots kans om mijn voorstel uit te proberen. Ik hoop dat het zojuist opgerichte "Platform tegen 'de Nieuwe Oorlog''' daar oren naar zal hebben. Ik kijk uit naar jouw antwoord.
Hartelijk gegroet,
Clemens Raming
* Te bestellen door overmaking van 15,- op giro 1887457, ten name van Amok, Nijmegen, onder vermelding van 'duivelspact'