Miljarden voor gevechtsvliegtuigen |
2001 nr. 6
hoofdmenu
inhoudsopgavearchiefover 'tKAuw reactie |
|
Binnenkort zal de beslissing wel vallen over de aankoop van het gevechtsvliegtuig dat de F-16 gaat opvolgen. Gevreesd kan worden dat geen lid van het Kabinet en maar enkele leden van de Kamer zich zullen afvragen wat het nut van dit gevechtsvliegtuig nu nog is.
Met de F-16 wordt sinds juni 1979 gevlogen. Volgens Trouw van 16 juni jl. zijn er sindsdien drieëndertig verongelukt, niet tijdens oorlogssituaties maar gewoon bij oefeningen. Volgens de defensienota 2000 moeten van 2010 af de eerste Nederlandse F-16's vervangen worden omdat zij dan aan het einde van hun levensduur zijn. Het ziet er naar uit dat bijna niemand zich gaat afvragen of de investering, die met de aankoop van die nieuwe (120?) gevechtsvliegtuigen gemoeid is, wel 'nuttig' is. En toch gaat het om zo'n slordige 13 tot 14 miljard guldens (op het prijspeil van nu) en dat is ongeveer evenveel als de uitgaven van defensie over een jaar. Belangrijker schijnt men het te achten in welke mate compensatie plaatsvindt met orders voor de Nederlandse oorlogsindustrie. Vijandsdenken
Sinds 1990 (het is eigenlijk overbodig dat hier te herhalen) is de situatie in de wereld fundamenteel veranderd door het wegvallen van de Sovjetunie als wereldmacht. Op dit moment valt niet meer te verwachten dat ons land tegen een vijand verdedigd zou moeten worden ook al gaan de oefeningen van de krijgsmacht nog steeds van dat soort vijandsdenken uit. Nu worden de Nederlandse strijdkrachten ingezet in crisisgebieden waar vijandelijke partijen - veelal binnen een staat - in toom moeten worden gehouden; een vrij hopeloze taak waarvan het einde (partijen hebben zich verzoend en leven vreedzaam en tolerant verder) moeilijk of niet bereikbaar is.
Dan is er toch alle reden, zou je zeggen, om nog eens goed na te denken of je dat geld niet beter voor een ander doel kunt gebruiken. Want het is toch schrijnend dat het geven van wezenlijke hulp in crisisgebieden om het conflict te deëscaleren tot nu toe volledig afhankelijk is van particuliere financiële steun. Materiële steun aan vredes-, vrouwen- en mensenrechtengroepen in die gebieden; aan onafhankelijke en kritische media, training van journalisten en vredeswerkers: dat alles en meer kan daardoor maar op heel beperkte schaal worden gerealiseerd. De in februari 2000 bijna Kamerbreed aangenomen motie van Ab Harrewijn waarin de regering verzocht werd 'de financiering van initiatieven op het gebied van conflictpreventie, conflictbemiddeling en civiel-militaire samenwerking mede mogelijk te maken' heeft tot nu toe niet tot een concreet resultaat geleid. En dan te bedenken dat één gevechtsvliegtuig minder al voldoende is voor een verveelvoudiging van de hulp! |
|
|
hoofdmenu
inhoudsopgave
archief
over 'tKA
Laatst gewijzigd: 7 september 2001 |