Ons lot? Een miserabel leven

Groningen steunt project voor de jeugd van Jabalya

Eigenlijk wilde het Nieuwsblad van het Noorden de politiek er buiten laten. Palestijnse jongeren zouden in de krant iets over het leven van alledag moeten vertellen. Hoe ze woonden, wat hun hobbies waren, hoe hun school was, of ze misschien werkten? Maar voor jongeren uit Jabalya Stad en het gelijknamige vluchtelingenkamp (het grootste in de Strook van Gaza) was dat onmogelijk. De Intifada domineert hun dag en hun nacht. Eén van hen begon zijn verhaal als volgt: 'Ons lot: een miserabel leven.... Zijn verhaal en dat van anderen werd voor menige lezer een 'blikopener'.



Beoogde locatie van het jeugdcentrum in Jabalaya.
Uit de vele verhalen volgt nu een enkel fragment. Een eerstejaars student schreef: 'Ik ben opgegroeid tijdens de Eerste Intifada. Klein als ik was begreep ik wat er gebeurde niet zo goed. Wel voelde ik altijd en overal angst. Na het ondertekenen van de Oslo-Akkoorden dacht ik dat dat veranderen zou. Ik kreeg het hoopvolle gevoel dat er vrede zou komen en ook voor ons een beter leven. Maar het bleek al snel dat het alleen om vrede voor de Israëliërs ging. Wat stelt mijn studentenleven voor nu ik niet eens naar de universiteit toe kan? Ik heb niets anders te doen dan demonstraties organiseren, leuzen schrijven en begrafenissen van martelaren bijwonen. Ik hoopte vurig dat wat ik als kind gemist heb, gecompenseerd zou worden door een prettige studententijd. Wij Palestijnen, wij zijn er ellendig aan toe'.

Lagere school
Wat is de situatie in het 'basis-onderwijs' nu? Schoolklassen met zo'n vijftig kinderen, terwijl er - wil elk kind naar school kunnen gaan - in ploegendienst gewerkt moet worden. Een kolfje naar de hand van Sjaron. Als de ene ploeg naar huis gaat, en de andere naar school, - als dus alle kinderen onderweg zijn en de ouders aan het werk of thuis - voert hij zijn beschietingen op Palestijnse doelen uit. Misschien zullen de kogels de kinderen niet treffen, maar het hels kabaal van boven hun hoofd cirkelende helikopters zaait angst en paniek. Banggemaakt worden ze, de kinderen, en de ouders vragen zich af: 'Zullen we ze nog weerzien?'

Jabalya heeft 160.000 inwoners, de helft woont in Jabalya Stad, de andere helft in het grootste vluchtelingenkamp van de Gaza Strook. Meer dan zestig percent van de inwoners is nog geen zestien jaar oud. Zo groot als Zuid-Beveland (daar wonen ongeveer 100.000 mensen) is de Strook, waar meer dan een miljoen mensen woont, op het ogenblik 'ingesloten' in vier onderling niet toegankelijke gebieden. Zelfs hele stukken strand zijn door de Israëliërs afgezet.

Geen stedenband, wel samenwerking
Hoewel een GroenLinkser dat in 1998 voorstelde, wilde Groningen beslist geen nieuwe stedenband met welke stad in de tweede of derde wereld dan ook. Hoe is er dan toch samenwerking tussen de stad van Wallage en het Palestijnse Jabalya gekomen? Als delegatieleider van een afvaardiging van de Vereniging van Nederlandse gemeenten ging de Groningse burgemeester in 1999 naar Israël en de Bezette Gebieden. Of hij toch maar even in Jabalya langs kwam!
Daar vroeg men hem om hulp bij opvang van de jeugd. Wallage raakte enthousiast. Geld dat Groningen uit Den Haag voor kinderopvang krijgt, wordt nu voor een deel voor Jabalya gebruikt. Maar er is meer. Inmiddels heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten bij haar cursussen 'management voor bestuurders van steden uit de tweede en derde wereld' ook Jabalya betrokken. Te midden van de turbulenties van de Tweede Intifada reisden burgemeester en ambtenaren uit Jabalya naar Nederland toe. Leergierig als ze waren kregen ze het uitwerken van een plan voor hulp aan de jeugd als studie-object. Het lukte hen - tegen de verwachtingen in - om in eigen land terug te komen. De samenwerking heeft ten slotte vorm gekregen in een Project voor de Jeugd van Jabalya.

Vrijgeleide
Om knopen door te hakken en de vaart erin te houden is projectcoördinator Dick Smit afgelopen februari persoonlijk naar Jabalya gegaan. Met een vrijgeleide van burgemeester Wallage werd hij door de Israëliërs toegelaten. Veel overleg was te voren per telefoon of e-post gegaan, maar, Smit: 'Sommige zaken kun je alleen maar goed doorspreken als je elkaar in de ogen kunt kijken'. Bovendien had de Palestijnse burgemeester gezegd dat je juist in moeilijke tijden je vrienden nodig hebt. Ook vond hij dat hij de plaats waar een gebouw zal komen zelf moest bekijken. En hij wilde over de bestuursvorm praten. 'Wij wilden een centrum voor en door de bewoners van een wijk. Zij wilden een politiek bestuur', vertelt hij. 'Daar zijn we niet helemaal uitgekomen, maar veel andere zaken heb ik naar aller tevredenheid kunnen afronden'.

Dick Smit over de toestand: 'Het is bizar om daar te zijn. In die week dat ik er was zijn er honderden raketten op Gaza Stad, en op Jabalya afgevuurd. Ik heb dat nauwelijks gemerkt. Zolang je maar niet in een politiepost, in een gebouw van de Palestijnse Autoriteit of in een bolwerk van Hamas zit, ben je dankzij de kwaliteit van de Israëlische precisie-bombardementen veilig. Het klinkt navrant, maar zo is het wel. Voor zover ik dat in die week kon vaststellen heerst er ondanks de aanvallen een gelaten en vastberaden sfeer, zo van 'Ons krijgen ze niet op de knieën'.

Fennie Stavast en Sonja van Wier

Informatie: 050-3125009 (Fennie Stavast); jabalya@hotmail.com

hoofdmenu    inhoudsopgave    archief    over 'tKA   

Laatst gewijzigd: 13 maart 2002