Conflict in Palestina eist nieuwe Nederlandse en EU-aanpak

We trappen een open deur in wanneer we stellen dat het conflict tussen Israël en de Palestijnen recentelijk is geëscaleerd en dat uitwegen verder weg lijken dan ooit. Dat vergroot de noodzaak te zoeken naar nieuwe wegen om oplossingen op z'n minst dichterbij te brengen. Aan een dergelijk streven dient een analyse van de situatie vooraf te gaan.

Koloniale oorlog
In onze visie voert Israël een koloniale oorlog tegen de Palestijnen in de Bezette Gebieden (de Westelijke Jordaanoever - inclusief Oost-Jeruzalem - en de Strook van Gaza). Immers, Israël streeft in strijd met het internationaal recht naar de annexatie van strategisch belangrijke delen (mede in verband met de controle over het water) van in 1967 bezet grondgebied, waar opnieuw in strijd met het internationaal recht na 1967 de meeste van de rond 400.000 joodse kolonisten zijn gevestigd. Ook met betrekking tot de kwestie van volledige Palestijnse soevereiniteit over historischreligieus erfgoed in Jeruzalem/AlQuds (de Haram alSharif) en het in het internationaal recht verankerde recht op terugkeer en/of compensatie van Palestijnse vluchtelingen blijkt met Israël geen voor de Palestijnen bevredigende regeling mogelijk te zijn.

Volksopstand
In combinatie met de verslechterde leefomstandigheden van de Palestijnen in de Bezette Gebieden en de enorme beperkingen die door Israël vanaf het midden van de jaren negentig aan het personen en goederenverkeer van Palestijnen zijn opgelegd, is op 29 september 2000 de vlam in de pan geslagen in de vorm van de Tweede Intifada. Israël heeft vervolgens getracht deze volksopstand met een reeks van militaire maatregelen neer te slaan. Het Israëlisch militair geweld heeft vervolgens gewelddadiger reacties van Palestijnse zijde opgeroepen. Een militaire 'schoonmaakoperatie', afgelopen april, waarbij op ongekende schaal vernielingen zijn aangericht en enkele honderden Palestijnen zijn omgekomen, is inmiddels nutteloos gebleken, gegeven de reeks van aanslagen in Israël die daarop zijn gevolgd. En zo zal het nog lang doorgaan, waarbij naar steeds drastischer maatregelen gegrepen zal worden (door Israël zal wellicht tot massale verdrijving van Palestijnen overgegaan worden).

Voedingsbodem Palestijns
geweld

Bovengenoemde spiraal van geweld dient doorbroken te worden. Aangezien de krachtsverhoudingen tussen de strijdende partijen volstrekt ongelijk zijn, dient voor het toewerken naar een duurzame regeling de machtsbalans in evenwicht gebracht te worden. Dit laatste vereist internationaal ingrijpen: Israël zal onder druk gezet moeten worden om zijn politiek ten aanzien van de Palestijnen fundamenteel te wijzigen. Belangrijke eerste stap is ontruiming van al het in 1967 veroverd grondgebied en de vorming van een soevereine Palestijnse staat, met OostJeruzalem als hoofdstad. Dat zal blijken voor Israël de beste investering in zijn veiligheid te zijn, omdat met de beëindiging van de bezetting de belangrijkste voedingsbodem van het Palestijns geweld weggenomen wordt. Het zal de Palestijnen in staat stellen een proces van nationale zelfrealisatie serieus in gang te zetten, in de vorm van het opbouwen van een soevereine Palestijnse staat. In het verlengde daarvan zal normalisatie van de betrekkingen tussen Israëli's en Palestijnen op gang kunnen komen en een tweede belangrijke stap voor de kwestie van het recht op terugkeer en/of compensatie van de Palestijnse vluchtelingen, evenals inzake het in de Israëlische wetgeving vastgelegde Recht op Terugkeer van joden een voor alle betrokken partijen bevredigende regeling getroffen kunnen worden. Een dergelijk scenario biedt meer perspectief dan een steeds grotere inzet van militaire middelen (mogelijk uitmondend in opnieuw massale verdrijving van Palestijnen) of politieke lapmiddelen die momenteel in Israël worden bepleit, namelijk eenzijdige ontruiming van delen van de Bezette Gebieden, hetgeen een verkapte vorm van annexatie betekent, die haar tegenkrachten zal oproepen.

Associatieverdrag
Het blijft verbijsterend te moeten vaststellen dat de Nederlandse regering, tijdens het dieptepunt van afgelopen april, op Europees niveau het inzetten van zelfs maar een economisch pressiemiddel tegen Israël, in de vorm van opschorting van het EUIsraëlAssociatieverdrag (geen economisch embargo, slechts het wegnemen van een beperkt handelsvoordeel), heeft weten tegen te houden. De regering van nationale eenheid onder leiding van het duo Ariel Sharon/Shimon Peres zal in een dergelijke opstelling van de EU niet bepaald een aansporing hebben gezien haar politiek jegens de Palestijnen in heroverweging te nemen.

Wanneer Nederlandse politici de geweldsspiraal tussen Israël en de Palestijnen willen doorbreken een eerste voorwaarde voor een nieuwe aanpak van het Israëlisch-Palestijns conflict dan dienen zij zich te onthouden van indirecte steun aan een Israëlische politiek van symptoombestrijding. Dan dient het conflict bij de wortels aangepakt te worden, waarvoor zoals uiteengezet druk op Israël onvermijdelijk is.

Nederlands Palestina Komitee (NPK), Postbus 10520, 1001 EM Amsterdam; 020-6246046

hoofdmenu    inhoudsopgave    archief    over 'tKA   

Laatst gewijzigd: 24 september 2002