Een koffiehuis met in de muren kijkgaten. Niet mooi afgewerkt of gemetseld, maar onlangs erin geslagen. Er door heen zie je een vlakte met op de achtergrond een heuvel en daarop een nederzetting. Kogelgaten in de muren van het vertrek. In het midden twee Palestijnen die tric-trac spelen. Soms een felle zet. Dan weer kijken ze elkaar aan en bekijken hun verpulverde omgeving.
Ahmed: Het leven gaat door.
Jessed: Jij bent aan zet. Ga voort.
Ahmed: Ik zou nog één keer jong willen zijn en het wiel uitvinden.
Jessed: Wat daar leuk aan is?
Ahmed: Wil jij dan geen vrede?
Jessed: Ach, als die Palestijnse staat er al komt, dan zijn wij er allang niet meer. Bovendien vrede, wat heet vrede? Dit zou toch vrede brengen! (Hij wijst naar door elkaar gegooide paperassen in een hoek van het vertrek en naar een kapotgeslagen computer). Maar wanneer verdwijnt dat? (Hij wijst naar de nederzetting op de heuveltop).
Ahmed: Vrede, wat heet vrede? Je wordt van de hond of de kat gebeten. Of de Amerikanen brengen hier vrede. Dan komt er voor ons welvaart, we wonen voortaan in een Israëlische sloppenwijk, al dan niet omsingeld door het leger. Dat hangt af van het vertrouwen van de staat Israël in de haar omringende wereld.
Jessed: (cynisch): Of de Amerikanen brengen hier géén vrede. Dan komen er zo nu en dan roof- en plundertochten van een opgefokt Israëlisch leger.
Ahmed: Ze zouden alle joden de zee in moeten drijven.
Jessed: Met jou erbij. O nee, dat
hoeft helemaal niet; jij wordt omdat je zo praat het land uitgejaagd.
Ahmed: Met jou erbij. Met misschien wel alle Palestijnen erbij. Hou daar maar rekening mee.
Jessed: Dan is het land leeg. Dan kan er een oplossing komen. Dan kan het land worden verdeeld. Elk de helft. (Hij lacht). We zijn uit de problemen. Wie was er ook al weer aan zet?
Ahmed: Moet je je voorstellen. De hele Mediterranée met Israëli's bezaaid. Zij in de zee met opgestoken armen en grote open monden die om hulp roepen. Help. Hij schreeuwt nu: 'Help, heeeeelp'.
(Jessed is naar een kijkgat gevlogen en kijkt naar buiten). Jessed: 'Kijk een beetje uit zeg, schreeuw niet zo.
Ahmed gaat door: Op het strand staat Sjaron. Hij wil de zee wel in. Hij wil wel leiding geven. Maar hij kan niet weg. Om hem heen staan actievoerders die hem naar Brussel gaan brengen.
Jessed: Vergeet de oude Arafat niet. Die zit ook op het strand. De oude trillende Arafat zit in een rolstoel en ziet zijn vijand in het water zinken. Hij ziet de glorie blinken.
Jessed: Maar ook hij wordt naar Brussel gebracht.
Ahmed: Dat zal hem worst zijn. (Trots) Zijn ogen hebben nu de heerlijkheid gezien.
Jessed: Als het aan ons ligt, is het allemaal erg eenvoudig. De oude politici moeten het veld ruimen. Een jongere generatie zal vrede brengen.
Ahmed: (cynisch maar ook vrolijk): Het komt vanzelf goed!
Ze gaan verder met spelen.
Pietje van Kimswerd