Begin maart begonnen de beschietingen van Ramallah, ooit genoemd als hoofdstad voor een Palestijnse staat, met een Israëlische aanslag op de auto van een Hamas-leider. Hij overleefde het, evenals zijn zevenjarig zoontje Taufiq. Maar zijn vrouw en twee andere kinderen kwamen om het leven. Heleen ter Ellen, burgerwaarneemster in de Palestijnse gebieden en Israël, hoorde de explosie van de aanslag, was even later ter plekke en ging naar de begrafenis. Haar volledig verhaal is te vinden op www.unitedcivilians. Hierbij een fragment: naar het kerkhof.
Als het gebed in de moskee is afgelopen, gaat de begrafenisstoet op weg naar het Islamitische kerkhof, een half uur lopen er vandaan. Er zijn wel zo'n 10.000 mensen op de been. Het is een vreemde gewaarwording om nu ineens in het beeld te lopen dat ik zo vaak op tv heb gezien. Het is veel minder bedreigend dan ik had verwacht, veel waardiger ook (vanuit mijn culturele perspectief bekeken). Ik zie vooral verdriet in vrouwenogen, en ook de meeste mannen zien er aangeslagen uit. De Hamas-aanhang uit zijn emoties op een andere manier, ze scanderen strijdleuzen 'Als wij niet slapen, dan zij ook niet', 'De strijd gaat voort' en er wordt veel in de lucht geschoten. Vanaf de daken filmt de binnenlandse en buitenlandse pers. Ik blijf net als vele vrouwen onder een overkapping lopen langs de weg, die kogels komen immers toch ook weer neer? Een zwangere vrouw naast mij trilt als een rietje elke keer als er schoten worden gelost. Ze heeft tranen in haar ogen, wijst op haar buik, en vraagt mij 'Wat voor leven staat dit kind te wachten?' Zwijgend houd ik haar een tijdje vast, samen kijken we naar de lijkkisten die hoog boven de hoofden worden langsgedragen. Ibrahim, die mij voortdurend op de hoogte houdt van wat er gebeurt, merkt op: 'Weet je, dit soort aanslagen verdubbelt ons probleem. De bevolking radicaliseert, ze hebben geen hoop meer op vrede. We hebben nu juist diplomaten nodig, geen krijgsheren.'
We lopen langs het volledig verwoeste hoofdgebouw van de politie. Arafat wordt geacht het terrorisme te bestrijden, maar zit zelf als een hond opgesloten in zijn hok en zijn politiemacht die onder Oslo is opgericht, wordt systematisch het werken onmogelijk gemaakt door het Israëlische leger. Er staan nog maar weinig politiebureaus overeind, politiemannen zijn zelf doelwit en de meesten zitten op stoeltjes op straat en slapen in geïmproviseerde plastic tenten. Ze hebben nauwelijks nog infrastructuur tot hun beschikking.
Heleen ter Ellen