Rehabilitatie voor ex-luchtmachtkapitein Stelling?

twee gedingen rond rechtmatigheid kernwapens

Afgelopen 6 juni dienden in Utrecht twee gedingen inzake de rechtmatigheid van kernwapens. De gedingen werden door mr. Meindert Stelling aangespannen tegen achtereenvolgens de minister en de staatssecretaris van defensie. Dit op grond van beslissingen die zij hebben genomen ten aanzien van mr. Stelling in diens hoedanigheid als gewezen kapitein van de luchtmacht.

De beide gedingen dienden in Utrecht voor het hoogste ambtenarengerecht, de Centrale Raad van Beroep. Mr. Stelling werd er bijgestaan door collega Erik Hummels. Ook minister en staatssecretaris waren vertegenwoordigd.

Gehoorzaamheid
Eerst aan de beurt was het geding tegen de minister, over onrechtmatige handelingen van diens staatssecretaris, die nadelig zijn voor mr. Stelling. Deze handelingen betreffen drie beweringen van de staatssecretaris die aantoonbaar in strijd zijn met de waarheid. Bovendien heeft de staatssecretaris de Centrale Raad van Beroep uitgenodigd om geen uitspraak te doen over de vraag of de inzet van kernwapens rechtmatig zou zijn. Dit hoewel die vraag ook speelde in het tweede geding, dat onder meer betrekking had op de destijds aan kapitein Stelling gestelde eis van onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan alle opdrachten terzake van de inzet van kernwapens. Een eis die door de toenmalige minister van defensie werd gesteld in reactie op de publiekelijke stellingname van kapitein Stelling, dat inzet van kernwapens in strijd zou zijn met het internationaal humanitair recht, zodat iedere militair de rechtsplicht had om medewerking aan die inzet te weigeren. Omdat kapitein Stelling niet aan de eis van onvoorwaardelijke gehoorzaamheid wenste te voldoen, was hij geen goed officier.

Kernwapens tegen steden
Mr. Hummels logenstraft de drie beweringen van de staatssecretaris van defensie. Zo stelt deze dat de maatregelen die in het verleden tegen kapitein Stelling werden getroffen, niets van doen hadden met diens opstelling inzake de onrechtmatigheid van kernwapens. Ook beweert hij dat in de 80-er jaren was erkend dat het humanitair recht van toepassing was op kernwapens. Dit hoewel de minister van defensie toen aan de Tweede Kamer liet weten dat dat recht niet van toepassing zou zijn. Bovendien zegt de staatssecretaris nu dat destijds werd uitgegaan van een beperkte bruikbaarheid van de kernwapens. In werkelijkheid echter werd toen door de Nederlandse regering gezegd dat kernwapens desnoods tegen steden zouden worden ingezet. Ter zitting negeerde de 'defensie'-vertegenwoordiger mr. Hummels' presentatie van de feiten, door er geen enkel weerwoord op te leveren. Daarentegen leek de rechter enig oog voor die feiten te hebben.

Rehabilitatie
Het tweede geding betrof de afwijzing van mr. Stellings verzoek om rehabilitatie als luchtmachtkapitein. Hij wil dat onder meer alle negatieve beslissingen tegen hem alsnog worden ingetrokken. Dit omdat uit de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof van 8 juli 1996 inzake de rechtmatigheid van de bedreiging met en de inzet van kernwapens blijkt dat zijn stellingname juist was. Het Internationaal Gerechtshof heeft immers verklaard dat de inzet van kernwapens zou moeten voldoen aan de vereisten van de beginselen en regels van het recht dat van toepassing is tijdens gewapend conflict. Bovendien heeft het Hof geconcludeerd dat de inzet van kernwapens in het algemeen onrechtmatig zou zijn. Mr. Stelling betoogt dat dit precies overeenkomt met het standpunt dat hij destijds als luchtmachtkapitein reeds verdedigde. Over 6 tot 12 weken volgen de uitspraken.

Informatie:
mr. Meindert Stelling, 0172 473687. Bij hem kunnen de beide pleitnota's van mr. Hummels worden besteld; voor wat betreft het tweede geding heeft mr. Stelling zelf ook een pleitnota ingebracht, die eveneens bij hem is te verkrijgen.

hoofdmenu    inhoudsopgave    archief    over 'tKA   

Laatst gewijzigd: 13 juni 2002