Terrorisme, een slordige term

Prof. Dr. J. (Hannes) de Graaf (1911-1991), sinds 1955 hoogleraar ethiek aan de R.U. te Utrecht, 20 jaar voorzitter van Kerk en Vrede, behoorde tot het comité van aanbeveling bij de komst van de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP) in 1957. In die partij heeft hij als denker en ook actief in een aantal functies een rol gespeeld. Aan hem wordt de leus 'socialisme zonder atoombom' toegeschreven. In 't Kan Anders nr. 2, van maart 1978 liet hij zien hoe de definitie van terrorisme afhankelijk is van de situatie waaruit het benaderd wordt. Vanuit onze lezerskring werden we er door An Hoek op geattendeerd. Hieronder vindt u, onder het motto 'historisch actueel' een iets ingekorte herdruk ervan. Hoe actueel het is bleek begin april dit jaar op de conferentie in Maleisië van ministers van buitenlandse zaken van 57 islamitische landen. Men kon het niet eens worden over de definitie van terreur. Ze riepen daarom de V.N. op te bepalen wat onder terreur valt. De NRC van 3 april berichtte dat de kans dat de V.N. zich erover zullen buigen klein is. De Verenigde Staten maken bezwaar tegen een conferentie hierover.

We moeten eerst weten waarover we het hebben, als we van terrorisme spreken. Hoe vreemd het klinkt, dit gebeurt zelden. Men maakt al afspraken, zelfs internationaal, om 'het terrorisme' te bestrijden voordat men dat terrorisme heeft gedefinieerd.

Deze vaagheid in het definiëren heeft een oorzaak. Zo gauw men een omschrijving van terrorisme probeert te geven valt er meer onder dan datgene wat de anderen en de vijanden doen; de vrienden en de eigen staat gaan ook niet vrij uit. P. Mertens1 schrijft terecht: 'Daarom blijft de veroordeling van wat we terrorisme noemen, zonder ons rekenschap te geven van onze repressie van de ander, dubbelzinnig. De terroristen, dat zijn alle anderen, de opposanten. Het komt ons voor, dat bewust een concept wordt gebruikt met zoveel partijdigheid, zo niet willekeur, dat men niet verder komt dan het ene geweld tegen het andere uit te spelen. Veroordeelt men het terrorisme, dan moet men alle soorten terrorisme veroordelen.'

Geweld, ter politieke intimidatie
Een radicaal pacifist kan dit zeker onderschrijven. Hij is ook in staat om een definitie te geven van terrorisme, omdat hij niet bang hoeft te zijn, dat daar ook de anti-terreur van staten en de terreur tussen staten onder valt. Terrorisme is dan het systematisch (volgens bewust plan) gebruiken van geweld en dreiging met geweld met als één van de doelstellingen intimidatie en met een politieke motivering. Onder deze definitie vallen verschillende zaken:

  1. de politiek van het afschrikkingsevenwicht (balance of terror!) waarbij de bevolkingen in de positie van gijzelaars zijn
  2. de intimidatie van opposanten door regeringen van het type Zuid- Afrika, Sovjet-Unie, Chili
  3. de bombrieven, vliegtuig- en treinkapingen, ontvoeringen, gijzelingen, aanslagen enz., uitgevoerd door sommige Palestijnen, sommige Zuid-Molukkers, sommige Basken, sommige groeperingen als Rote Armee Fraktion (RAF), het Japanse Rode Leger, enz.
  4. de beantwoording van 3 door contraterreur van staatswege.
Oorzaken en achtergronden
Meestal noemt men alleen het onder 3 vermelde terrorisme. Maar dan ziet men de samenhang met de andere drie over het hoofd. Men merkt bijvoorbeeld niet, dat het 'terrorisme'-3 behoort tot de morele en materiële 'fall out' van terrorisme-1. Het leven en politiek bedrijven - nu al dertig jaren - in het klimaat van de 'balance of terror' infecteert de geesten. En wat de materiële fall-out betreft; de bewapening van de moderne terrorist is mede mogelijk gemaakt en opgevoerd door de uit 1 resulterende wapenhandel. Het terrorisme-2, voor zover het ontoegankelijk is voor geweldloze actie, provoceert op de duur vroeger of later het terrorisme 3. Zuid-Afrika is een duidelijk voorbeeld. En de onder 4 genoemde contraterreur werkt eerder in de richting van een escalatie van terrorisme-3 dan het voorbarig gejuich over Entebbe en Mogadisjoe deed vermoeden.2 Het optreden van commando's is, als het 'slaagt' nooit meer dan een oplossing op korte termijn, op de lange termijn lost het niet alleen niets op, maar reduceert de onderhandelingsbereidheid van potentiële terroristen tot bijna nul en blokkeert bij de autoriteiten en een deel van de publieke opinie het denken over geweldloze alternatieven.

Niet opgevangen signalen
Het terrorisme-3 is meestal een eindpunt van een reeks niet opgevangen signalen. Een groep, die tot deze terroristische praktijken overgaat, heeft meestal:
  1. het gevoel, dat men niet tijdelijk en gedeeltelijk, maar permanent en volledig miskend, doodgezwegen en genegeerd is in zijn diepste aspiraties, nationale zoals de Basken en Zuid-Molukkers, of sociale, zoals de RAF, of beide zoals sommige Palestijnen.
  2. geen benul van geweldloze acties (burgerlijke ongehoorzaamheid) of men heeft deze bewust verworpen na vele afschuwelijke ervaringen, zoals de militante vleugel van het African National Congress, dat een lange geschiedenis van geweldloosheid achter zich heeft in Zuid-Afrika.
  3. de overtuiging, dat de bestaande institutionele kanalen van de democratische rechtsstaat onbruikbaar zijn geworden; men is er van vervreemd niet zonder schuld van de comfortabele meerderheden in de democratische staten, die naar bepaalde minderheden niet plegen te luisteren.
  4. de ervaring opgedaan, dat de publiciteitsmedia een totale onverschilligheid voor revolutionaire ideeën paren aan een sensationele nieuwsgierigheid voor kapingen, gijzelingen en aanslagen.
Verdiepen in achtergronden
Het terrorisme-3 is een verzamelnaam voor zeer verschillende zaken. En daarom is het slordige gebruik van de term terrorisme ook zo gevaarlijk. Als je eenmaal een beweging terroristisch hebt genoemd, schijnt dat van de plicht te ontslaan om zich in de achtergronden te verdiepen. En dat zal juist moeten. De vraag is niet: hoe bestrijden we 'het' terrorisme. De vraag is altijd concreet: hoe vermijden we, dat de strijd voor autonomie van de Basken in geweld ten onder gaat; hoe helpen we Palestijnen aan hun recht; hoe voorkomen we, dat deze en gene, grote of zeer kleine nationale of ideologische minderheid de weg naar de publiciteit alleen maar schietend en gijzelend meent te kunnen vinden.

Men zal ook moeten onderscheiden. Het maakt een heel verschil of men te maken heeft met personen en groepen, die binnen een democratische rechtsstaat opereren, of met personen en groepen, die in een strijd met dictatoriaal onderdrukkende regimes verkeren. De concrete doelstelling van de Basken (autonomie) is makkelijker grijpbaar en begrijpbaar3 dan de tegenstrijdige doelstellingen van Palestijnen (vernietiging van Israël en vreedzaam samenleven met Joden) die nog niet uitgekristalliseerd zijn4. De Duitse Rote Armee Fraktion is nauwelijks meer met iets anders bezig dan met zichzelf; het is volslagen onduidelijk voor welk doel de terroristische middelen moeten dienen, die deze groep, vooral zijn tweede generatie, na Baader en Ulrike Meinhof, nu toepast.

Houding radicale pacifisten
Het ontgaat niet aan de bewust levende radicale pacifist, dat de oorlog steeds meer terroristische trekken vertoont en dat terrorisme, steeds meer op oorlog lijkt. Aan de wortel van beide zit het (bij)geloof in geweld. Of men dit geweld tracht te rechtvaardigen door er mooie adjectieven voor te zetten; het verandert niets aan de zaak. Natuurlijk kunnen wij onderscheiden tussen onderdrukkend en bevrijdend geweld. Maar bevrijdend geweld bevrijdt niet van geweld en onderdrukkend geweld ontmenselijkt de staat. Wie het afschrikkingsevenwicht aanvaardt en het terrorisme veroordeelt, is voor de radicale pacifist even ongeloofwaardig als wie het omgekeerde doet.

Geweldloze alternatieven
De radicale pacifist is verplicht om te zoeken naar geweldloze alternatieven in de strijd om een rechtvaardiger samenleving en in de conflicten tussen staten, klassen, rassen, ideologieën. Hij zal ze, vooral in acute situaties niet als een recept bij de hand hebben. Het is altijd een nederlaag, als de geweldloze oplossing niet gevonden wordt. De bevrijding van de gijzelaars door de Duitse commando's in Mogadisjoe was een feit, maar kan daarom nog niet geaccepteerd worden als een norm voor de wijze waarop gehandeld moet worden. Men moet juist de situatie waarin beide partijen alleen nog maar kunnen denken en handelen in termen van onvoorwaardelijke overgave of de dood, tot het uiterste trachten te vermijden. Geen twee gevallen zijn trouwens gelijk; de overmaat aan dodend geweld waarmee de gijzeling bij de Punt in juni 1977 beëindigd werd, was veel minder urgent dan die in Mogadisjoe.

Tenslotte: de verdediging van de democratische rechtsstaat bestaat erin, dat men hem zorgvuldig cultiveert en in praktijk brengt. Wie de democratische rechtsstaat onkwetsbaar voor ieder 'terrorisme' wil maken, zal hem geleidelijk in een dictatuur zien veranderen. De kwetsbaarheid is onvermijdelijk, maar er is geen enkele reden voor paniek en paniekmaatregelen. Men moet ook eens wat vaker bedenken, dat er in een jaar in Nederland meer slachtoffers vallen in het verkeer dan in de zogenaamde terroristische acties over de hele wereld in de laatste tien jaar.

Hannes de Graaf

  1. in 'Réflexions sur la définition et la repression du terrorisme', Brussel 1974
  2. in Entebbe (Oeganda) en Mogadisjoe (Somalië) werden vliegtuigkapingen gewelddadig beëindigd (red.)
  3. betreft de nadagen van het Franco-regiem (red.)
  4. in 1978, toen De Graaf deze woorden schreef, had de PLO Israël nog niet erkend (red.)

hoofdmenu    inhoudsopgave    archief    over 'tKA   

Laatst gewijzigd: 5 juni 2002