Carmiggelt schreef eens: "Paarden zijn gevallen engelen". Als dat waar is, en wie zal daar aan twijfelen, dan zijn poezen de ongekroonde vorsten en vorstinnen onder de mensen.
Mijn Koning Joep was eens een jolig prinsje, daarna droeg hij iets in zich van een
wijs edelman om thans, twintig zomers achter de rug, als een vermoeid
voortschuifelende Koning zijn landgoederen nog dagelijks nauwkeurig te
inspecteren. Mijn aairaking wordt genadig en spinnend in ontvangst genomen.
Binnenkort zal Hij het onvermijdelijke afscheid van ons onder ogen moeten zien.
Maar zolang hij spint is er hoop.
Joep doet mij vaak denken aan de al even zachtmoedige vredesveteranen van weleer. Zo ze zich van een vaandel bediend zouden hebben, hoe ongaarne ook, dan prijkte er stellig een in ruwe steken geborduurd gebroken geweer op. Pas veel later kwamen de buttons en de petjes.
Thans lijkt het fraaie gebroken geweertje veeleer een vergeefs en vergeten
voorwerp van spot, het afscheid heeft al lang plaats gevonden en liet slechts een
vaag gebroken geweten achter, ja, dat wel! Om strijdbaar en alert te blijven was het
niet langer mogelijk om de terreur van de techniek te omzeilen, ons geweer werd in
de Internetring geworpen, niet om treuren, de tijd schrijdt voort.
"Als morgen de wereld vergaat, plant ik vandaag nog mijn boom" heb ik altijd een
aandoenlijk maar zinloos besluit gevonden. Toch ga ook ik proberen mijn gebroken-geweertje-nieuwe-stijl in de digitale blokken te zetten om daarmee de paarden, de
poezen en de bomen ter wille te zijn. Zolang mijn Koning Joep voortgaat met
sluimeren onder de appelboom en met spinnen tegen mijn schouder mag ik mijn
plicht niet verzaken. Mijn Internetarbeid zal uit spinnen bestaan, spinnen aan een
gebroken dromenboom.
Miep
Naar: Inhoudsopgave archief of Inhoudsopgave 't Kan Anders
Last Updated 20 oktober 1999