Pacifisten en politiegeweld |
|
|
Als startpunt van onze discussie dient de paragraaf
'Verschillen tussen politiegeweld en militair geweld' uit het gelijknamige artikel van de hand van Koos de Beus dat
verscheen in ons blad 't Kan Anders. De bedoeling is dat de discussie uitmondt in een doorwrocht standpunt. Uw bijdrage aan deze discussie is welkom. Klik op 'uw reactie' om ons uw inzichten te zenden. Hier volgt de tekst van de paragraaf (klik hier voor volledig artikel): Met het fenomeen politie op zich hebben ook de meeste pacifisten geen moeite. Het is nu eenmaal onmiskenbaar dat in een samenleving criminaliteit voorkomt, waaraan paal en perk dient te worden gesteld. Zo'n politie dient dan wel een instrument te zijn in handen van een rechtsstaat, waarin een ieder voor de wet gelijk is, waarin niemand eigen rechter mag spelen en waarvan het geweldsmonopolie bij de Staat berust. Zo'n politie zal het gebruik van geweld tot het strikt noodzakelijke beperken en wanneer het wel plaats vindt zal het niet 'rücksichtslos' maar sparend van karakter zijn. Bovendien dient van elk geweldsincident rekening en verantwoording te worden afgelegd, met mogelijk rechtsvervolging van de betrokken dienaar van de wet. Hoe anders is het met militair geweld. De bombardementen van Rotterdam, Coventry, Dresden, Hiroshima getuigen bepaald niet van sparend geweld. Een Belgische arts uit Bagdad vertelde hoe, toen de tanks daar in 2003 via een brug verder de stad inrolden, dit hevig schietend op alles wat bewoog gebeurde. Een nog principiëler verschil met politiegeweld is, dat bij oorlog voeren een adequaat overkoepelend gezag ontbreekt. Hier heerst het recht van de sterkste. Een verder verschil is dat eventueel geweld van de politie in een rechtsstaat zich in hoofdzaak richt tegen criminelen. In oorlogssituaties vindt het geweld echter plaats tussen in het normale leven veelal heel oppassende mensen. Dat oorlog sommige van die normale mensen tot criminele handelingen kan drijven, zoals onlangs in de Abu Ghraib-gevangenis in Irak is een ander verhaal.
Commentaar van Chris Geerse:
Bijdrage van Cees de Rover, Bangkok:
Traditiegetrouw denkt menige krijgsmacht dat haar handelen alleen gereguleerd wordt door International Humanitair recht, het recht van oorlog en vrede. dat is dus op zichzelf al een misvatting. Een tweede probleem wordt gevormd door de bewapening en uitsrusting typisch voor de krijgsmacht. laten we wel zijn, een pansterwagen met bemanning en bewapening geparkeerd op een kruispunt in Amsterdam zou nu niet direkt bij passanten het beeld oproepen dat men bezig is met het regelen vaan het verkeer terplekke. het beeld wat door militaire eenheden geprojekteerd word is een beeld van vijandigheid en een suggestie dat problemen verwacht worden waar met harde hand het hoofd aan geboden moet worden. De wettelijke eisen en verwachtingen gesteld aan politieoptreden verschillen nogal dramatisch van die gesteld aan een typisch militair optreden. De taak van de politie bestaan uit het beschermen van de rechstorde en het verlenen van hulp aan iedereen die dat nodig heeft. De taak vande krijgsmacht is de bescherming van het territoir tegen vreemde aggressie. De politie praat bij haar taakuitvoering over "burgers", de krijgsmacht over "de vijand". de politie oefent haar taak uit in de onmiddellijke nabijheid van en in direkt kontakt met de burgerij. de krijgsmacht voert normaal gesproken haar taak uit op relatieve afstand van haar doel(wit). Alleen handelen is bijna de regel in politiewerk, binnen het leger is dat de uitzondering. geweldgebruik is binnen de politie het laatste redmiddel, voor het leger is het het eerste alternatief. Dodelijk geweldgebruik door de politie moet tot extreme uitzonderingen beperkt blijven waar er sprake is van een onmiddellijke en levensbedreigende situatie waar op geen andere manier het hoofd aan kan worden geboden. Voor het leger vormt het gebruik van dodelijk geweld een optie die past binnen een filosofie van het buiten gevecht stellen van een zo groot mogelijk aantal vijandige troepen. Normaal gesproken houdt de competentie van de politie op bij gevallen die meer dan sporadisch vuurwapengebruik vergen. tegelijkertijd is dat het entree punt voor eenheden van de krijgsmacht. De politie moet het dus essentieel hebben van een pakket excellente en gevarieerde sociale vaardigheden. De krijgsmacht zoekt het vooral in mobiliteit en geavanceerdheid van bewapening en uitrusting. Mijn persoonlijke konklusie is dat subsitutie van beiden diensten onjuist is en dat het gebruik van legereenheden in vredestijd aan dezelfde regelgeving en toezicht moet worden onderworpen als dat met politieoptreden het geval is. De belangrijkste konklusie die getrokken moet worden is dat het bekwaaheidsprofiel van de politieman/vrouw vrijwel geen enkele overlap of overeenkomst toont met het bekwaamheidsprofiel voor de soldaat. Met andere woorden, een goed politieman/vrouw is niet noodzakelijkerwijs een goed soldaat en een goed soldaat geeft geen garantie voor een goed optreden als wetshandhaver. Hier kan uw mening komen te staan. |
|
|
hoofdmenu
info pais
uw reactie
Laatst gewijzigd: 9 maart 2006 |